Jarenlang ging het eigenlijk prima.
Dat had ik ook zo besloten. Toen ik op mezelf ging wonen besloot ik alles achter me te laten en echt te genieten van het leven. En van buiten zag het er ook zo uit denk ik. Jonge vrouw, leuke baan, dito relatie, grote groep vrienden en in het weekend leuke dingen doen.
Tot ik op een dag letterlijk door mijn knieën zakte: burn-out.
Want wat niemand zag was dat ik altijd aan het overcompenseren was. Altijd mijn best doen. En mijn zenuwstelsel stond aan. Altijd. Maar dan ook echt áltijd. Van buiten zag je echter iets heel anders.
Maar goed, daar zat ik dan met mijn 22 jaar. De huisarts raadde me aan om in therapie te gaan. Zo gezegd zo gedaan, en na zo’n 3 maanden op een wachtlijst liep ik op een goede dag de kamer binnen van mijn eerste psycho-therapeut.
Praten alleen was niet genoeg
Vanaf dag één kon ik er eigenlijk niet zo veel mee. Ik vertelde braaf wat er van me verwacht werd maar ik begreep eigenlijk niet zo goed hoe dit me nou moest helpen. Maar in de hoop op een grote doorbraak of zoiets bleef ik braaf gaan en deed ik wat er van me gevraagd werd.
Weet je, ik wist natuurlijk best dat ik veel had meegemaakt, en ik begreep ook heus wel hoe dit alles mij beïnvloedde.
Maar begrijpen en voelen zijn twee heel verschillende dingen.
Ik kon mezelf nog zo goed uitleggen waarom ik reageerde zoals ik reageerde; op het moment zelf schoot ik toch in die oude overlevingsstand. Mijn lijf deed gewoon wat het altijd had gedaan. Alsof mijn verstand en mijn lichaam twee verschillende talen spraken.
Het lichaam als ingang
Het zou nog jaren duren, jaren waarin ik van alles probeerde zoals yoga, meditatie, de helende reis en nog wat andere alternatieve therapievormen. Maar uiteindelijk zette ik dan een eerste stap in de praktijk van een lichaamsgerichte trauma-therapeut.
En vanaf dat moment begonnen er dingen te veranderen.
Niet meteen. Niet dramatisch. Maar langzaam. Voorzichtig.
Ik leerde mijn lijf weer voelen. Ik leerde merken wanneer ik gespannen was en wanneer vermoeid. Ik leerde de signalen herkennen die mijn lichaam al lang gaf, maar die ik altijd had genegeerd of weggedrukt.
En ik leerde — en dit is misschien wel het belangrijkste — dat het oké was om er te zijn. Dat ik ruimte mocht innemen. Dat ik mijn eigen behoeften mocht voelen.
Dat klinkt misschien simpel. Maar als KOPP-kind leer je al vroeg dat jouw behoeften minder belangrijk zijn dan die van een ander. Dat je er moet zijn voor iemand anders. Dat jij klein moet blijven.
En je kan met je hoofd wel wéten dat dit niet klopt, dat het echt anders mag, maar dat wil nog niet zeggen dat je lichaam dat ook gelijk begrijpt. Sindsdien is mijn lichaam mijn wegwijzer. Aan mijn lijf merk ik nu vaak eerder hoe het echt met me gaat dan dat mijn hoofd het weet. If that makes any sence….
Wat lichaamsgerichte coaching is — en wat niet
Voor mij betekent het dat ik mensen kan ontmoeten waar ze zijn. Het wil ook zeker niet zeggen dat ‘het hoofd’ niet mee doet. Je hoofd is tenslotte ook onderdeel van je lichaam!
Het is rustig werk. Veilig werk. We gaan nooit verder dan wat jij aankan.
Van overleven naar leven
Het verschil tussen overleven en leven zit hem niet in grote dingen.
Het zit hem in het kleine. In een moment waarop je kind boos is en jij, misschien wel voor het eerst, niet meteen in paniek schiet. In een avond waarop je gewoon op de bank zit en je niet schuldig voelt dat je niets doet. In een gesprek waarin je zegt wat jij nodig hebt, zonder dat je er een week van tevoren over nagedacht hebt.
Dat zijn de momenten. Die kleine, stille momenten van vrijheid.
En die zijn voor jou ook weggelegd.
Wil je weten hoe dit voor jou werkt?
Plan een gratis kennismakingsgesprek. We praten een half uur — zonder verplichtingen, zonder grote stappen. Gewoon even kennismaken en kijken of er een klik is.
Jij bent meer dan wat je meegekregen hebt.