Je doet zo je best. Je leest boeken over opvoeding. Je probeert bewust te zijn. Je wil het anders doen dan jouw ouders.

En toch voelt het soms alsof je vastloopt. Alsof er iets in je zit dat je tegenhoudt, ook al weet je precies wat je zou willen doen.

Als KOPP-kind — kind van een ouder met een psychische problematiek — heb je overlevingsstrategieën ontwikkeld die vroeger heel slim waren. Alleen zijn diezelfde strategieën nu soms in de weg gaan zitten. In je rol als moeder. In je relaties. In hoe je voor jezelf zorgt.

Herken jij een of meer van deze signalen?

1. Je staat altijd “aan”

Je bent voortdurend alert. Op de stemming van je kinderen, van je partner, van mensen om je heen. Je voelt feilloos aan wanneer iemand niet lekker in zijn vel zit — en je past je gedrag daar automatisch op aan.

Als kind was dit overlevingsstrategie nummer één. Je moest weten hoe de wind waaide thuis. Maar nu kost het je enorm veel energie. Je bent moe. Chronisch moe. En je weet niet goed waarom.

2. Je hebt moeite met grenzen stellen

Nee zeggen voelt gevaarlijk. Of op zijn minst heel oncomfortabel. Je zegt ja terwijl je nee bedoelt. Je helpt terwijl je eigenlijk uitgeput bent. Je past je aan terwijl je liever voor jezelf zou opkomen.

Als kind leerde je misschien dat jouw behoeften er minder toe deden. Dat je er moest zijn voor een ander. Dat rust en ruimte voor jezelf iets was wat je moest verdienen.

3. Je reageert harder dan je wil

Je kind doet iets kleins — moppert, schreeuwt, wil niet luisteren — en voor je het weet reageer je veel heftiger dan de situatie vraagt. Daarna voel je je schuldig. Je vraagt je af: waarom doe ik dit? Ik wil dit helemaal niet.

Wat er gebeurt is dit: jouw lijf herkent iets. Een geluid, een sfeer, een gevoel. En voordat je brein heeft kunnen nadenken, heeft je zenuwstelsel al gereageerd. Vanuit vroeger, niet vanuit nu.

4. Je cijfert jezelf weg

Jij bent altijd de laatste. Eerst de kinderen, dan de partner, dan het huishouden, dan het werk — en als er dan nog iets overblijft, misschien dan jij. Maar dat moment komt er vaak niet.

Je vindt het lastig om te zeggen wat jij nodig hebt. Je voelt je schuldig als je iets voor jezelf doet. Rusten voelt als luieren. Genieten voelt als iets wat je moet verdienen.

5. Je hebt het gevoel dat je tekortschiet, hoe hard je ook je best doet

Je legt de lat hoog voor jezelf. Heel hoog. En toch heb je het gevoel dat je er nooit helemaal aan voldoet. Dat je niet goed genoeg bent als moeder. Als partner. Als mens.

Dit perfectionisme en dit constante gevoel van tekortschieten zijn klassieke KOPP-patronen. Je leerde vroeger dat je je best moest doen — extra je best — om de situatie thuis draaglijk te maken. Om erbij te horen. Om geliefd te zijn.

Wat nu?

Het goede nieuws: deze patronen zijn niet wie jij bent. Het zijn aangeleerde overlevingsstrategieën. En wat aangeleerd is, kan ook veranderen.

Niet door harder je best te doen. Maar door zachter te worden voor jezelf. Door te leren voelen wat je nodig hebt. Door stap voor stap te ontdekken wie jij bent, los van wat je meegekregen hebt.

Wil je daar eens over praten? Plan een gratis kennismakingsgesprek en ontdek of we een match zijn.

Jij bent meer dan wat je meegekregen hebt.